PERIKELEN IN PARRAMATTA

Zuidoost-Australie

FEBRUARI- APRIL  1978
Vijftienhonderdtweeendertig bielzen hebben Jan en ik belopen  naar het piepkleine stationnetje van Toolamba.

We zijn gevlucht in de vroege dageraad, weg van de tomatenvelden onder de brandende zon, weg van de woonbarak, waar de fruitplukkers hun toevlucht zochten in bier, stomme TV en geruzie. Na enige weken op de fruitvelden van Zuidoost-Australie gaan we ons geluk zoeken in Sydney.
De laatste avond in de barak op het tomatenveld was de druppel die de emmer deed overlopen.

Jan en ik zaten met een echtpaar en hun huisvriend naar de TV in de huiskamer  te kijken. De dochter van het echtpaar was in hun kamer.In de barak woonden ook een zekere Mitch, die vaak dronken en agrerssief was en zijn vriend Darryl, de enige normale persoon in het gezelschap.
De avond hiervoor werd een keer op de buitendeur gebonkt ; ik deed open en Mitch stortte uitgeteld van de drank voorover de barak binnen!

Terwijl we nu TV zaten te kijken kreeg het echtpaar ruzie met hun huisvriend over de dochter.  Het ging erom of ze nu “backwards “of “retarded” was. Blijkbaar had de vriend iets verkeerds gezegd en hij kreeg de wind van voren. Toen legde het echtpaar de bal bij Jan en mij. Verbijsterd gingen we even onderling in het Nederlands aan de gang, maar toen ontplofte het echtpaar pas helemaal! Ze dachten dat we ze in een voor hun onvoorstaanbare taal belachelijk zaten te maken.
Ik werd er ook niet vriendelijker op en het echtpaar besloot dat ik Duitser was die veel te maken had met het ontstaan van de Tweede wereldoorlog!.
Jan heeft het nog kunnen rechtbreien maar even later brak opnieuw de hel los: men kwam erachter dat de dochter in de slaapkamer een beurt kreeg van Mitch!

Ik ging maar gauw naar mijn slaapkamer!
Dagen later.
We hebben een kamer gevonden in Doondi Guest House in Noord-Sydney, niet ver van Sydney Harbour Bloody Bridge, zoals die door taxichauffeurs aangeduid werd.
Het is WARM in huis; het is gewoon vechten tegen de lethargie.
De huisbaas sloft rond in korte broek en een goor hemd, de hele godganselijke dag gevolgd door vier rare, vieze honden.
Het moet zo maar.
Elke dag  kopen we een krant voor de werkadvertenties ; elke dag om 5 uur eruit om in de rij te staan voor een   ongeschoold baantje ergens in de stad.
Gelukkig was er ook een beetje levensvreugde,  zoals de kennismaking met de sterrenkijkers van New South Wales , of zwemmen in de zee, of een uitje naar de Blue Mountains.
Ik heb eindelijk beet bij een firma die dakisolatie verkoopt en het is de bedoeling dat ik met folders van deur tot deur ga en tegelijk de bewoners die dakisolatie probeer te verkopen.
Ik parkeer mijn motor op Rebecca Road  in Parramatta, ten westen van Sydney. Dit wordt mijn eerste opdracht. Vol enthousiasme trek ik mijn nette pak recht en loop naar het eerste tuinhek.
Achter  het tuinhek zie ik een groot zwart beest,dat me kil aanloert. Ik begin te twijfelen of mijn dakisolatieverhaal  hier wel in goede aarde zal vallen  en mijn enthousiasme begint wat te zakken. Het begint nog harder te zakken als de grote hond begint te grommen…
Ik moet afdruipen. Maar, me vermannend en mezelf de vreselijke fruitvelden in herinnering brengend stap ik op het volgende hek af. Hier kan ik ongehinderd  naar de voordeur lopen en aanbellen.
Ik hoor wat sloffende geluiden binnen , even later gaat de voordeur piepend open en ik sta oog in oog met de bewoner. Het zweet loopt van zijn varkenskop en druppelt op zijn  dikke pens die gehuld is in een groezelig hemd dat eens wit is geweest. Hij heeft een blikje Tooheys bier in zijn rechterhand. Een deel van het bier heeft hij blijkbaar net uitgehikt op zijn hemd.
Met kleine oogjes loert hij me aan en zegt :
“Huh?”
“Good afternoon, Sir, my name is Van Schaik and… “
“What?!?”
“ I  am here on behalf of the Cellufluff Company  and I wonder if you are interested in roof-insulation?”
Hij loert me zwijgend aan terwijl zijn oogjes zich verder vernauwen.
“Listen , buster, if you think you can have me on ..
I give you ten seconds to  leave my garden or I’ll call me dog!!”
Dat laat ik niet op me zitten:
“O, yeah? How about a dreun in the bakkes? Or a knal for the kanis? Or a peer for the muil?!!”
Enige tijd is hij in de war gebracht door mijn alternatieve Engels ,maar dan valt het kwartje!!
“DOG!!!!!!”
In de kamer naast de gang klinkt een groot geraas; het lijkt wel of er een olifant in beweging komt. Ik hoor duidelijk de sprongen van een omvangrijk beest en ook een zwaar gegrom bereikt   mijn oor. Het wordt me angstig te moede.. Maar dan kies ik eieren voor mijn geld en ga met grote snelheid richting tuinhek! Net op tijd ben ik erdoor en sla het dicht. Achter me klinkt een bons en daarna een gehuil van teleurstelling.
Dit is duidelijk niet de geschikte buurt ; daarom ga ik maar weer naar de motor en zoek een andere straat op.
Het eerste huis op Darlington  Road  ziet er wel aardig uit.
Ondanks de warmte heeft de bewoner een tweed pak aan . Hij kijkt me minzaam aan vanachter een corpsballenbrilletje en lurkt aan zijn pijp.
“Good afternoon ,Sir, my name is Van Schaik, enz.
Ik doe mijn verhaal in mijn beste Engels en wacht dan vol verwachting op zijn antwoord.
Hij kijkt me een tijdje zwijgend aan en neemt dan zijn pijp uit zijn mond.“OK ,Mister van Shit, I give you ten seconds .If you haven’t left my property by then, I’ll call the police.”
Zo’n antwoord had ik niet verwacht!  Maar ik verman me en zeg:
“Of course, Sir, if that is your wish. But maybe you’ll be so kind to accept  a bit of advice”
“Well??”
“Take a flying fak at a rolling doughnut!!”
En waardig schrijd ik naar het tuinhek.
Ik loop voor de zekerheid wat verder door de straat. Ondertussen zijn er zeer duistere wolken aan de hemel verschenen ; het wordt duidelijk kouder en het begint te waaien.
De tuin die ik nu betreedt ziet er vreemd spookachtig uit. Het is een groot grasveld met vele struiken en conifeerachtige dingen die wiegen en geheimzinnig ruisen in de toenemende wind.
De lucht wordt steeds duisterder en in de verte licht het voortdurend.
Om de een of andere reden voel ik me wat bang. Toch loop ik maar verder ,want er moet geld verdiend worden!
Opeens schieten vanachter een bosje, 5 meter schuin rechts van me , drie zwarte dingen tevoorschijn. Ik sta even als aan de grond genageld! De blikkerende tanden en de met wit omrande pisnijdige ogen voorspellen  weinig goeds, als ze met grote snelheid op me af stormen. Het zijn kortharige tekkels. Dat is lang geleden!! Ik herinner me nog die twee donderstenen die Jan het leven zuur maakten op die camping aan de Riviera ; daarna hebben we ze gedurende de hele reis door Zuidoost-Europa en  West en Zuid-Azie niet meer gezien.
Ik ren naar links, naar een open veldje.. Maar daar komen vanachter een struik twee Smaustekkels aangepsen! (Voor de minder ontwikkelden : dat zijn Drahthaartekkels).
Klere, wat nu? Dan maar rechtdoor, misschien kom ik langs het huis weg.
Maar dan zie ik zowel links als rechts van het huis nog twee nijdige worsttekkels  aan komen denderen. Ik zit in de val!! Dit is duidelijk een ingestudeerde , militaire commando-operatie!!
Maar dan ziet mijn bergbeklimmersoog een uitweg! Het portiek bij de voordeur heeft een hoekversnijding met enige greepjes en treedjes ; mogelijk derdegraads klimmen.
Ik ben al een halve meter hoog en..
“WHAT THE BLADDIE FAK ARE YOU DOING THERE?!?!
De bewoner is aan komen rennen vanachter het huis en zijn getier mengt zich met het gehuil en geblaf van de tekkels die onder me met geopende muilen op en neer springen.
“WHAT IS HAPPENING HERE?”klinkt opeens een luide autoritaire stem uit de tuin. Ik draai me om en moet daarbij wat lager gaan staan om een betere greep te vinden. Maar nu springen twee tekkels hoog genoeg en hangen in mijn colbert! De andere zeven hebben de politieagent opgemerkt , die ongemerkt de tuin was binnengekomen en besluiten dat die prooi beter bereikbaar is. Enthousiast malen de pootjes zijn kant op .
“Hey, keep those bastards away!!” brult de agent, maar hij rent toch maar naar het tuinhek.
De bewoner achter hem aan : “Now listen, officer, these are nice and brave dogs. Look, they just caught a burglar! “
Er overvalt me een gevoel  van vervreemding… In plaats van thuis, in Nederland een nette baan als chemicus te hebben, hang ik hier aan een  muur in Australie, met 2 nijdige tekkels aan mijn colbert. Waarvoor heb ik in vredesnaam al die jaren gestudeerd?!
Tijdens mijn gemijmer werkt de bewoner alle bijtmonsters het huis in, ook die aan mijn jas.
De agent gelooft mijn visie op het gebeuren volledig ; ik hoef niet te vertellen waarom.
Terug bij mijn motor besluit ik dat deze baan prut met dubbeldikke peren is en geef de resterende Cellufluff-folders een grote schop.
Dan maar de lange weg terug naar Noord-Sydney.
Die avond ga ik toevallig op bezoek bij Danny Jones in Concord, West-Sydney. Ik ken hem van de sterrenkijkclub van New South Wales, waar ik enige tijd geleden contact mee heb gezocht. Ik ben erg benieuwd naar de objecten aan de Zuidelijke sterrenhemel, die we in Nederland uiteraard niet kunnen zien.
Jan gaat mee , hopend op bier.
Danny ontvangt ons aan de voordeur en zegt dat de kijker achter het huis staat. We kunnen best door de tuin langs het huis lopen.
“You’ll have to watch out for Fred, though..”
“Wie mag die Fred dan wel zijn?”, mompelt Jan ,als we langs de struiken lopen.
Dan klinkt opeens een gedruis in de struiken en dan stort Fred , een bruine kortharige tekkel, zich met blikkerende tanden op Jan.

“NEEEEE, NIET WEER!!” gilt Jan!
En zo heeft dit sprookje toch nog een happy end!

 

 

 

W) Zie het verhaal : Melancholie aan de Riviera in de vorige aflevering van de schoolkrant.