AVONTUUR IN DE ARDENNEN

Ardennen ,donderdag 24 juni 1993
De derde loopgroep van het Survivalkamp 1993  van het Herman Jordan Lyceum uit Zeist bevindt zich  laat in de middag bij de buurtschap Le Cheneu ten noorden van Werbomont……. Men is op weg naar een doorwaadbare plaats in de rivier de Ambleve. Daarna wil men naar de 2 vennen in de  verlaten moerassen en bossen ten zuidwesten  van Spa om aldaar een bivak te maken.
Er zijn problemen met de voedselvoorziening….
“Als we vanavond geen eten vinden dan eet ik morgenochtend een bruggertje op! “brult Het Moek , en loert grijnzend opzij naar de twee bruggermeisjes. Die kijken angstig naar hem op.
De groep van negen strompelt verder, voorlopig achter de torenhoge rugzak van meneer aan.
In het huis aan het landweggetje zit mevrouw Dupre aan het keukenraam. Ze kijkt  dromerig naar buiten. De gele grashalmen wuiven zacht heen en weer en blinken in de zon. In de verte, achter de weilanden, ziet ze de bossen steeds vager worden in de heiige, warme lucht. De wereld lijkt stil te staan op deze warme zomerdag.
Plotseling wordt haar aandacht getrokken door bewegingen links verder op de weg.
Ze kijkt een tijdje en roept dan.
“Hercule, regarde ! Des jeunes tetes de fromage ! “
Het een beetje verkeerd benoemde teckelwijfje  Hercule kijkt meteen op. Ze is erg ongedurig en scharrelt     driftig heen en weer over de keukenvloer. Ze heeft eigenlijk erg veel zin in een verzetje!
Na met enige hulp op de vensterbank aangekomen te zijn kijkt Hercule snuivend en grommend naar de groep wandelaars die nog wel enige afstand van het huis verwijderd zijn.
“Pour vous, Hercule! Allez-vite !! “
En daar scheurt Hercule naar buiten, het grint van het tuinpad opspattend in haar kielzog.
“Jum jum “ brult Het Moek en gluurt weer naar de bruggertjes.
“Meneer, het Moek doet heel lelijk tegen ons “mekkert bruggertje P Zoals gewoonlijk is het antwoord van meneer  weinig bemoedigend.

“Het kan misschien meevallen… Misschien vinden we eetbaar gras of kunnen we brandnetelsoep maken… Maar kijk daar eens! Er staat bij dat huisje iets op de weg. Ik geloof dat het een teckel is! Dat ziet er niet zo best uit!
“Maar teckeltjes zijn toch heel lief? “blèrt bruggertje E.
Maar meneer heeft door zijn verrekijker gekeken  en moet haar corrigeren: “Nou, deze ziet er bepaald niet lief uit! Hij wil ons waarschijnlijk grijpen! Hij kijkt erg vals; maar wat wil je ook ,het is een teef!”
“Hoe bedoel je dat?!” roept ouder meisje Aagje , hevig geprikkeld. Ze heeft zich al een tijd lopen ergeren in deze groep, die alleen maar uit dreutels en engerds lijkt te bestaan.
“Jum jum !” brult het Moek nog maar eens.
“Hou jij je grote bek  nou eens dicht, engerd! “gilt Aagje, nu volledig in haar wiek geschoten.
En zo hobbelt de groep kijvend verder. Maar dan….
Hercule staat met de pootjes breeduit op de weg en monstert de groep voor haar.Dat kleine blonde meisje ziet er nogal bangig uit; die zal ze eerst te grazen nemen.
Ze pompt de adrenaline in haar lijf, zet de pootjes in de starthouding en….Maar wat is dat nou ?! Dat lange geval voorop buigt zich opeens naar haar toe. Snif snif…
Het ruikt niet naar een prooi, maar naar een bediende!
Het lange geval steekt een vinger uit.
Hap!   doet Hercule.
“AU! “roept meneer
Hercule denkt : ik kan best nog even met deze bediende spelen . Ze gaat een steentje halen en biedt dat aan meneer aan ,er wel zorg voor dragend om hem meteen op zijn vingers te  kauwen.
De bediende begrijpt het en gooit het steentje over de weg. Hercule scheurt er achter aan.
Ze brengt het terug en de geschiedenis herhaalt zich.
Dan denkt Hercule : het is mooi geweest , nu is het tijd voor zaken. Ze bijt het lange geval nog even in zijn hand en dendert op bruggertje P af. . Voor die kan vluchten  is de teckel haar broek al aan het bewerken!
Bedremmeld staat een besluiteloze meneer het tafereel aan te gapen. Gelukkig is daar de galante Moek die het krijsende meisje te hulp schiet!
“He, hond, ben je helemaal bedonderd ! Blijf van mijn ontbijt af!!”
Hercule schrikt toch wel van dit gevaarte en gepst er weer van door, richting huis.
Bruggertje P wordt getroost door Aagje, die onderwijl verwijtend naar meneer kijkt. “Aan jou hebben we ook geen drol,he! Laat zich inpakken door zo’n mormel!”
Ondertussen staat Hercule bij haar buiteneethoek te schuimbekken. Dat ze zich heeft laten wegjagen door dat gedrocht!. Ze slobbert een flinke hoeveelheid water op en scharrelt ongedurig rond. Haar woede stijgt en stijgt en stijgt!!
Als vanzelfsprekend bevindt ze zich  binnen korte tijd in een snelle galop, achter de groep aan. Bruggertje E, die vermoeid achteraan hobbelt ,hoort wat. Ze kijkt achterom en ziet die klereteckel met grote snelheid op zich afkomen, de ogen witheet van woede.
Huilend laat ze snel de rugzak van zich afglijden en rent door het gras naar een boom. Net op tijd kan ze op een tak komen, de woedende teckel  schuimbekkend op de grond achterlatend.
“Daar is ie weer, hij had zeker wat vergeten! Haw, haw, haw! zegt meneer, in een zwakke poging om grappig te zijn.
Natuurlijk valt dit verkeerd bij Aagje: “Jij grote…”
.Maar dan worden ze onderbroken.
Mevrouw  Dupre  komt gehaast aandribbelen.
“Hercule, Hercule ! ce suffit! Ces pauvres enfants.!”
Meneer probeert met haar te converseren, want hij is toch  vol bewondereing voor deze teckel!

“Mevrou…uuh Madam!   This is a greet sjien.. uuh un grand takshoend! We had also… uuh… noes avions  also…uuh …oossi un tekkel….nomme  wie wie!… Seppel von Geitius the Greatest… non… uuuh… le plus grand in le unifers!! En hij knikt haar trots lachend toe.

Mevrouw Dupre heeft met stijgende verbazing naar deze wartaal geluisterd  en uit zich verbijsterd:
“Comment?! Qu’est ce que tu dit, tete de fromage!? Cochon!
Meneer had al zijn woordenboek gepakt en zoekt nu vergeeft naar  de betekenis van het woord “kosjon”
Ondertussen heeft Hercule het bruggertje E maar laten gaan en nadert de groep weer.
Ze merkt dat haar eerste bediende  op slechte voet staat met het lange geval en ze besluit het vrouwtje te hulp te schieten.
Vermoeid waggelt meneer naar de kant van de weg, Hercule grommend en kauwend aan zijn broek. Zuchtend buigt hij zich over de hond en haalt de oude truc uit: hij blaast haar over de neus. De teckel, die nu hevige neusjeuk krijgt, laat proestend los. Direct daarna wrijft ze haar kop over het gras, daarbij geholpen door de aardige meneer. Vrouw Dupre echter, komt briesend naderbij “Quést ce que tu fait avec ma pavre chien, tu cochon!! Va   t ‘en!!
Hercule kan het echter nu goed vinden met meneer en gaat pas na lang aandringen weg, onderwijl smachtende blikken achterom werpend..
Mevrouw Dupre staart zwijgend uit het keukenraam . De zon staat niet ver boven het blauwgroene woud  op de westelijke horizon. Bijna weer een  dag voorbij. Ze zucht. Zometeen is het weer etenstijd voor de hond. In haar ooghoek ziet ze beweging op de weg. Ze buigt zich uit het raam .Alweer een groep kaaskoppen!
“Hercule!!!”